Dekbedovertrek kwaliteitenDekbedovertrekken zijn er in verschillende kwaliteiten. Op deze pagina wordt uitgelegd wat het verschil is tussende kwaliteiten op dekbedovertrek gebied.
1 Satijn
2 Katoen
3 Flanel
4 Percaal
5 Polyester
6 Zijde
7 Linnen
1 Satijn: Satijn is een weefsel in satijnbinding, het betreft dus een weeftechniek en niet de grondstof. De satijnbinding (of atlasbinding) is een weeftechniek, waarbij de kruispunten van de ketting- en inslagdraden gelijkmatig verspreid liggen en bedekt worden door de inslagdraden.
Met deze techniek kunnen garens heel dicht op elkaar geweven worden, waardoor het weefsel soepel en glad wordt.
De onderkant is dof, maar de bovenkant is glanzend door de losliggende inslagdraden. Dit geeft het weefsel een luxe uitstraling.
Het woord satijn komt van het Italiaanse woord voor zijde: seta. Satijn hoeft niet speciaal van zijde gemaakt worden, maar kan ook van bijvoorbeeld katoen en viscose gemaakt zijn.
Voor dekbedovertrekken wordt vaak katoen satijn gebruikt. Ook de glans aan de bovenkant van de stof kan door coatings en door het zogenaamde kalander proces beinvloed worden.
De dichtheid en de dikte van de garens zegt ook iets over de kwaliteit van de satijn.
Bij een dekbedovertrek worden weleens getallen genoemd 200 of 300. De Counts, of ook wel "thread count" of "tc" genoemd, geven aan hoeveel draden per inch (1 inch = 2.54 cm) er geweven zijn.
Hoe hoger het getal van de counts, hoe fijner de garens, dichter het weefsel en hoe hoger de kwaliteit van het weefsel van uw dekbedovertrek. Let op: de kwaliteit van het katoen zelf is net zo belangrijk. Een weefsel van 500 counts is zo ongeveer het maximum.
Er zijn voorbeelden die threadcounts van 1000 of hoger, dit is het alleen voor het opdrijven van het count getal, er wordt dan vaak gebruikgemaakt van 250 garens die dan weer bestaan uit 4 verstrengelde draden. Laat u dus niet van uw suk brengen door deze getallen.
Satijn van Egyptisch katoen onderscheidt zich van de andere soorten katoen, door extra lange vezels en een grote zuiverheid van het garen. Al meer dan 12000 jaar wordt deze kwaliteit gemaakt en wordt aangezien als het beste katoen dat er verkrijgbaar is.
2 Katoen: Eigenlijk is katoen de plant en niet de stof, Katoen is een zachte, eencellige vezel, die uit de opperhuid (epidermis) van de zaden van de katoenplant groeit. De vezels worden doorgaans tot draden gesponnen en als zodanig gebruikt om zacht, luchtdoorlatend textiel van te maken.
Elke vezel is samengesteld uit twintig tot dertig laagjes cellulose die keurig om elkaar heen gedraaid zijn.
Wanneer de katoenbol (zaaddoos) wordt geopend, drogen de vezels tot gedraaide platte lintvormige draden, die met elkaar zijn verbonden.
Deze vorm is ideaal voor het spinnen tot een fijn garen.
De katoenindustrie leunt zwaar op chemische producten als kunstmest en insecticide, waardoor de teelt niet milieuvriendelijk is.
Sommige landbouwers schakelen over op een meer ecologische productiemethode.
Inmiddels zijn er dan ook al producten van organisch ("Eko") katoen verkrijgbaar.
Verder wordt met een katoen kwaliteit weer een weeftechniek bedoeld, en wel een zogenaamde platbinding.
Dit is relatief eenvoudige weeftechniek. Ook hier is het van toepassing dat de stof dichter en minder dicht op elkaar geweven kunnen worden.
Dit toont zich dan weer in het aantal gram per m². Vaak hoe meer grammen per m² hoe dikker, en mooier de stof.
3 Flanel: Flanel is een textielsoort die gemaakt is van los gesponnen garen dat zowel fijn als grof geweven kan zijn.
Over het algemeen betreft het geruwde wollen of katoenen stof, maar flanel kan ook van synthetische vezels worden gemaakt, of samengesteld zijn uit verschillende vezels. Voor dekbedovertrekken wordt vrijwel altijd 100% katoen gebruikt.
Door het ruwproces en de los gesponnen garens voelt de stof zacht en wollig aan.
Flanel wordt vaak gebruikt voor de koudere periodes in het jaar omdat het een warm en behagelijk gevoel geeft.
4: Percaal: Perkaal katoen. Een laken mag pas perkaal heten wanneer er minimum 200 counts per inch zijn verwerkt. Perkaal wijst dus op een weefdichtheid en garenfijnheid die hoger ligt dan bij gewoon katoen (144 counts).
5: Polyester: Een polyester is letterlijk een polymeer dat bestaat uit een keten van esterverbindingen.
Kortom; een dekbedovertrek met ployester (of microvezels) is dus een kuntmatig gefabriceerde stof, in tegenstelling tot katoen dat organisch is.
Een dekbedovertrek met glimmende stoffen, met borduursels, applicaties en pailletten is op dit moment erg populair.
Om dit voor elkaar te krijgen moeten er vaak aan het dekbedovertrek een kunststof toevoegd worden zoals polyester, dit zorgt ervoor dat ook na het wassen uw dekbedovertrek met mooi blijft.
Omdat polyester kwaliteiten 'niet ademen' worden ze vaak gebruikt aan de topzijde van een dekbedovertrek, terwijl de onderzijde wel weer katoen is.
De echte budget overtrekken met polyester hebben vrijwel altijd aan beide zijden (boven en onder) polyester.
6: Zijde: Zijde is een natuurlijke substantie die wordt afgescheiden door bepaalde insecten en stolt bij contact met de lucht.
Het bekendst voor haar productie is de zijderups (Bombyx mori), ze behoort tot de orde van de Lepidoptera of schubvleugeligen.
Er zijn ook bepaalde spinnen die geschikt zijn voor de zijdeteelt.
Terwijl de rupsen er hun cocon mee maken, weven spinnen er hun web van.
De term zijde wordt gebruikt voor de natuurlijke textielvezel die als grondstof dient voor het vervaardigen van zijden stoffen.
Ook deze stoffen worden aangeduid met de term zijde.
7: Linnen: Linnen is een soort textiel dat gemaakt wordt uit vlas. Na het trekken (oogsten) wordt het vlas gedroogd.
Daarna volgen de volgende behandelingen:
Het vlas wordt tegenwoordig direct na het trekken geroot door het uit te spreiden over het veld, waar het gedurende enkele weken wordt blootgesteld aan regen, dauw en zonneschijn; dauwroot dus. In deze periode moet het vlas gekeerd worden.
Zwingelen en hekelen: Gedurende deze mechanische processen worden de vezels gescheiden van het stro. Korte vezels (de touwvezels of lokken) worden gebruikt voor het spinnen van touw en grove garens; de fijne, lange vezels (het lint) leveren uiteindelijk het fijnste linnengaren op.
Tegenwoordig wordt linnen bijna niet meer gebruikt voor bedlinnen of dekbedovertekken.